Acute cholocystitis

Afdrukken

2.1 Mucosa van de galblaas. Glandulair epitheel (witte pijlen) en basofiele lamina propria (paarse pijlen) ten gevolge van de aanwezigheid van ontstekingscellen met weinig cytoplasma.

2.2 Hoge vergroting van de ontstoken mucosa van de galblaas. Glandulair epitheel  (witte pijlen) en gedilateerde capillairen (oranje pijlen).

2.3 Microvasculaire veranderingen ten gevolg van de ontsteking.  Rode bloedcellen in het centrum van het lumen van de bloedvaten (oranje pijlen). Marginatie, ‘rolling’ en binding van witte bloedcellen [neutrofielen (paarse pijlen) en mononucleaire cellen (blauwe pijlen)] aan de geactiveerde endotheelcellen (groene pijlen). Transendotheliale migratie naar de lamina propria en formatie van een ontstekingsexsudaat.

2.4 Organisatie van het persisterende ontstekingsexsudaat. Formatie van inflammatoir granulatieweefsel met nieuw-gevormde, dunwandige vaten (rode pijlen).

2.5 Destructie van de galblaasmucosa en acute ulceratie (zwarte pijlen) met een zone van granulatieweefsel hieronder. Restanten van het bekledende glandulaire epitheel (witte pijlen).

2.6 Pusvorming met vele neutrofielen (paarse pijlen) aan het oppervlak van een ulcus. Acute ulceratie.

2.7 Cellen behorend bij acute ontsteking (neutrofielen met hun kenmerkende gelobde kernen, paarse pijlen) bij hoge vergroting.

шаблоны joomla